Jeugd | wedstrijden




Het begin als jeugdwielrenner

Je mag als jeugdwielrenner beginnen in het jaar dat je acht wordt.
Je behoeft niet te wachten tot je achtste verjaardag, maar het kan al op Nieuwjaarsdag ingaan.
Als je wilt gaan wielrennen, moet er het een en ander worden geregeld. 
Je meldt je aan bij een wielerclub en  je kan gaan meetrainen. De trainingen worden verzorgd door een gediplomeerde trainers op dinsdag en donderdag avond. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de beginnende jeugd en de gevorderde jeugd.  Je jeugdtrainer bepaald wanneer je er klaar voor bent om door te stromen naar de volgende groep.

Licenties,

Door als lid in te schrijven bij RWV De Spartaan heb je tevens een basislidmaatschap bij de KNWU. Als je wedstrijden wilt gaan rijden moet je via de site van de KNWU een licentie aanvragen. Met behulp van je basislidmaatschap kun je een licentie aanvraag doen.

Een licentie is een kaartje (het lijkt op een bankpasje) waarop onder andere je pasfoto staat en waarop jijzelf je handtekening moet zetten. 
Als je een dergelijke licentie eenmaal hebt, mag je aan wedstrijden meedoen. 
Je neemt de jeugdlicentie mee naar de wedstrijden. Deze moet je namelijk laten zien om een rugnummer af te halen. Bij sommige wedstrijden doet de jeugdwedstrijd coördinator, Cora van der Peet dit. Vraag vooraf bij Cora even na hoe dit loopt.

Als je nog geen racefiets hebt, stap dan niet naar de eerste de beste winkel om er een te kopen. Informeer eerst bij je club.
Een wedstrijdfiets moet namelijk aan bepaalde eisen voldoen.
Hetzelfde geldt voor de kleding en de valhelm die je tijdens een wedstrijd moet dragen.
Dus: eerst bij de club vragen stellen, dan pas kopen! 
De jongste jeugdwielrenner is 7 jaar oud, de oudste is 14. Uiteraard rijden 7- en 14-jarigen niet tegen elkaar. Iedere leeftijdsgroep heeft een eigen wedstrijd.
De jeugd is daarom onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 7.
Als je iedere wedstrijd ver achterop raakt, vind je wielrennen misschien niet zo leuk meer. 
Dat is uiteraard niet de bedoeling. Daarom kan de KNWU het wat gemakkelijker voor je te maken. Volgens bepaalde regels krijg je dan de kans om mee te doen bij een lagere categorie.
Voor meisjes zijn die regels iets anders dan voor jongens.

Nog een goede raad:

Het kan wel eens voorkomen dat je aan het eind van een wedstrijd voorin eindigde, en toch niet in de uitslag staat. 
Dat is niet altijd de schuld van de jury. Het kan ook je eigen schuld zijn! Als je rugnummer zo slecht is opgespeld dat het niet te lezen is, kun je de jury niets kwalijk nemen. Het nummer zit dan te hoog, aan de verkeerde kant, of te ver naar de goede kant waardoor het gaat plooien.
De juiste manier: in breedterichting vanuit het midden van de rug enkele centimeters naar de kant van de jurywagen, onderkant rugnummer gelijk met onderkant shirt (bij shirts met opstropend elastiek enkele cm hoger) en goed glad.


Laatst aangepast op woensdag, 19 juni 2013 17:03
 
Fietsen

Voor de fietsen van de jeugd zijn er met ingang van dit jaar geen speciale regels meer, met uitzondering van het maximale verzet. 
Zo mogen bijvoorbeeld alle categorieën een voor- en achterderailleur hebben.
De fiets moet een traditionele racefiets zijn.
Dit geldt ook voor tijdritten; dus tijdritfietsen zijn niet toegestaan.
Ook bijzondere voorzieningen, zoals opzetsturen of dichte wielen, zijn verboden. 
Bij jeugdveldritten mogen ook mountainbikes worden gebruikt, maar niet  tijdens het NK veldrijden.

Toegestane verzetten

Een fiets heeft een zogenaamd "verzet".
Dat is de afstand die de fiets aflegt als de trapas precies één keer ronddraait. 
Als je een heel groot voortandwiel en een heel klein achtertandwiel hebt, dan legt de fiets een grote afstand af. Men zegt dan dat je een zwaar verzet hebt.

Als jeugdrenner mag je niet met een zwaar verzet rijden.
Je verzet mag niet zwaarder zijn dan:

Klik op de tandwielen voor een rekentabel en uitleg!





categorie

weg

baan

cyclocross

1

5,46

5,46

5,22

2

5,46

5,46

5,22

3

5,78

5,78

5,52

4

5,78

5,78

5,52

5

6,14

6,14

5,87

6

6,14

6,14

5,87

7

6,55

6,55

6,26

Vaak wordt door de jury gecontroleerd of je verzet niet te zwaar is.
Die controle kan voor of na de wedstrijd plaatsvinden. 
De jury maakt daarbij meestal gebruik van een meetlat. Ze meet dan de afstand die de fiets aflegt per omwenteling van de trapas. 
Als bij wegwedstrijden het verzet wordt gecontroleerd, wordt uitgegaan van het grootste voorblad en het kleinste achtertandwiel dat zich op de fiets bevindt. 
Met een eventuele borging van de derailleurs wordt geen rekening gehouden.
Bij veldritten is het wel toegestaan om de derailleurs zo af te stellen dat bepaalde tandwielen niet kunnen worden gebruikt. Op die manier kun je voorkomen dat je een te zwaar verzet hebt.

Het verzet dat op een fiets zit, kan ook worden berekend: 
neem de omtrek van het achterwiel met opgepompte band, vermenigvuldig dit met het aantal tanden van het voortandwiel, en deel de uitkomst door het aantal tanden van het achtertandwiel. 
Het kan ook andersom: 
vermenigvuldig het aantal tanden van het achtertandwiel met het toegestane verzet, en deel de uitkomst door de wielomtrek; afgerond naar beneden heb je dan het maximale aantal tanden van het voortandwiel. 
Of: 
vermenigvuldig het aantal tanden van het voortandwiel met de wielomtrek, en deel de uitkomst door het toegestane verzet; afgerond naar boven heb je dan het minimale aantal tanden op het achtertandwiel.

Materiaalverzorging tijdens wedstrijden,

Het kan gebeuren dat je tijdens een wegwedstrijd pech krijgt met je fiets, of dat je valt. 
Als je behoort tot categorie 1, 2, 3 of 4, en je krijgt pech tijdens het eerste gedeelte van je wedstrijd, dan mag je meedoen bij de volgende categorie of serie.

Maar: je wordt dan niet in de uitslag opgenomen. Ook zul je wat eerder de wedstrijd moeten verlaten.
Buiten mededinging meedoen, mag overigens niet bij nationale kampioenschappen. 
Als je behoort tot categorie 5, 6 of 7 is het anders geregeld. 
Je mag dan van materiaal verwisselen. Je kunt een ander wiel in je fiets zetten, of desnoods een andere fiets nemen. 
Let er wel op of je nog steeds het goede verzet hebt!
Als het parkoers korter is dan 2,5 km, behoef je zelfs geen haast te maken. 
Je mag dan een rondje overslaan en weer aansluiten bij de groep waarin je zat. 
Maar: dat mag weer niet tijdens de laatste 5 km en de laatste 5 ronden! Dan moet je snel verwisselen en direct verder rijden. 
Er zit echter een addertje onder het gras: de jury moet hebben gezien dat je pech hebt en de reparatie of het verwisselen moet gebeuren op een door de jury of organisatie aangewezen plaats.
Het reglement zegt dat de pech door de jury moet zijn geconstateerd en erkend. 
Als de pech je eigen schuld is, bijv. omdat moeren niet goed vastzaten, dan kan de jury weigeren je een ronde vergoeding te geven. 
En als je valt? Dan geldt hetzelfde als bij materiaalpech. Natuurlijk moet het voor de jury duidelijk zijn dat je echt bent gevallen. 
En als je voor de tweede keer pech krijgt of valt? 
Ook dan moet je (als dat gaat) direct verder rijden, want je mag maar één keer een rondje overslaan. 
Bij cyclocrosswedstrijden is het iets anders geregeld.
Als je tot categorie 5, 6 of 7 behoort, mag je tijdens cyclocrosswedstrijden van materiaal verwisselen.
Dat mag ook als je fiets vuil is. Het is dus niet nodig dat je pech hebt.
Dat verwisselen van materiaal moet gebeuren op een door de jury of organisatie aangewezen plaats, de zogenaamde materiaalverzorgingsplaats.
Je hebt bij cyclocrosswedstrijden nooit recht op een ronde vergoeding. 
Andere verzorging, bijv. het aanreiken van een bidon, is nooit toegestaan.



Laatst aangepast op donderdag, 22 november 2012 15:58
 


Banner